Hoofdstuk 2.5

Ik was lid geworden van de CPN, als tegenwicht tegen het fanatieke anti CPN geluid van de Trotskisten bij Proloog. Tegen het eind van de 70er jaren  werd de vermindering van subsidie voelbaar voor Proloog. Ik werd ontslagen. Een groots en theatraal afscheid moest verhullen dat Proloog ook maar gewoon een werkgever was die mensen ontsloeg als het financieel moeilijk werd. Ik had geen werk en dus alle tijd om elke week om zeven uur aan de fabriekspoort te staan met de CPN-krant de Waarheid. Aan het eind van de donderdag werd die opgehaald op het station. Met de trein uit Amsterdam en door met de CPN sympathiserende NS medewerkers op het perron in Eindhoven eruit gegooid. Veel arbeiders bij Philips verwachtten die gratis krant op vrijdagochtend. Binnen een kwartier was ik meestal door de voorraad heen. Ik werd bestuurslid van de afdeling. De CPN wilde actie tegen het dreigend ontslag van 10.000 werknemers bij Philips. Er werd een pact gesloten met de KWJ, de katholieke werkende jongeren. Vergaderingen met Philips arbeiders en uiteindelijk een overal verspreidde oproep. Massaal gingen de werknemers de straat op. Met drieduizend mannen en vrouwen in hun eigen lunchpauze van de fabriek naar de directie in de Philips Lichttoren. En op tijd weer terug voordat de lunchpauze was afgelopen. De afdeling Eindhoven kreeg een week later bezoek van Fré Meis, behorend tot het gestaalde kader van de CPN top. “Dit was geen actie, plat leggen die handel. Staken!” Het betoog van de afdeling Eindhoven dat dit een hele overwinning was als je bedenkt dat Philips werknemers nog nooit eerder in actie waren gekomen overtuigde Fré niet. Er kwamen voorbeelden van de strokarton stakingen in Groningen. Zo moest het. Als je al tevreden was met een gezellig wandelingetje van een half uur dan moest je maar eens nadenken of je wel in het bestuur van een CPN afdeling thuishoorde. De afdelingen konden zich nu gaan richten op de door de CPN gestarte actie “Stop de Neutronenbom”. Maar zonder dat daar een CPN stempel op gezet mocht worden, want heel Nederland moest meedoen.

neutronenbom 

Vredesbeweging in de jaren “80: click op de poster

De CPN haalde maandelijks bij alle leden persoonlijk de contributie op. Omdat dan met elk lid een gesprek plaats vond. Ik kwam bij een ouder lid. Een dame van wie ik de naam nu vergeten ben. Ze had in Eindhoven in het verzet gezeten en vertelde hoe het militair gezag had geprobeerd de invloed van de communisten in een vernieuwd  Nederland na de oorlog ongedaan te maken. Ze was na de oorlog bevriend geraakt met Truus Oversteegen die met haar zus Freddie en met Hannie Schaft in de regio Haarlem in het communistisch verzet zat. Indrukwekkende verhalen. Over Truus en over de dubieuze rol van het Militair Gezag, over de verraders bij de Philips politie. Ik was trots dat ik bestuurslid was van een partij die door dit soort leden geschiedenis had geschreven. Maar ik realiseerde me ook dat de CPN niet op de heldendaden uit het verleden kon blijven teren. Wilde je de samenleving echt veranderen dan moesten ze een eigen weg kiezen. Los van de gestaalde kaders, los van de Sovjet Unie, los van het dogmatisme. Concreet met een helder plan over wat we willen en hoe we dat gaan doen. Niet de partij was het doel. Dat was slechts een middel om tot een betere samenleving voor iedereen te komen. Een zere plek in de CPN. De partij was bijna heilig. Communist ben je voor het leven en de CPN was de juiste en enige weg.

Er moest naast de kinderen en de politiek ook gewerkt worden. Want leven van een werklozen uitkering is erg minimaal, zeker met drie kleine kinderen en een vierde waarvoor nog alimentatie betaald moet worden. Van iemand van de KWJ hoorde ik dat er plannen waren om een manifestatie te organiseren in Eindhoven om te verhinderen dat het “randgroepjongerenwerk”, werken met jongeren uit de minder gegoede wijken, verder werd afgebroken. Ik meldde me bij de stichting die die manifestatie voorbereidde. Die stichting bestond uit één man, Evert, die ik nog kende van de Rode Jeugd. En iemand voor de administratie. Evert vertelde dat hij in een PLO opleidingskamp had gezeten maar liet daar verder weinig over los. Evert werkte nu in het clubhuis van de Rocking Rebels, dat onderdeel was van het centrum voor werkende jeugd, de Metro. Nu wilde hij in Eindhoven een groot spektakel organiseren met zoveel mogelijk jongeren uit de achterstandswijken: een “Tuigdag”. De Rocking Rebels deden mee in de organisatie. Ze zouden zorgen dat het zonder vechtpartijen tussen de verschillende groepen zou verlopen. Goed plan. Dus ik deed mee. Ik bezocht diverse als zeer lastig bekend staande jeugdgroepen: de Bennekel Boys, Cel 7 en nog wat clubs met illustere namen. Na een paar maanden en veel gedoe met gemeente en andere instanties over de plek en de veiligheid, werd de Tuigdag georganiseerd op het Stadhuisplein en het naastliggende parkeerterrein. Met een groot podium waar naast wat plaatselijke bands Herman Brood zou optreden. Een dag spektakel met sloopauto-races en verschillende sterke mannen competities. Op het laatste moment trad naast Herman Brood ook de groep Normaal nog op. Er kwamen 4000 mensen op af, vrijwel alle randgroepjongeren uit Eindhoven. De door de overheid gevreesde gevechten bleven uit. Gewoon alleen feest.

. 26                           krant9 33   23

Foto’s Tuigdag

Vrijwel direct na de Tuigdag werd ik gevraagd of ik programma coördinator wilde worden in het centrum voor de werkende jeugd “de Metro”, waar Evert ook werkte. Ik had dus weer een vaste baan. Ik was trots op het succes van de Tuigdag en op de erkenning die bleek uit de baan die ik kreeg als programma coördinator. Het had me een hoop tijd en energie gekost. Tijd en energie die ik te weinig aan mijn gezin had besteed. Vera was communiste en feministe, althans nuchter voorvechtster van gelijke rechten voor vrouwen. Werkende vrouwen, moeders en huisvrouwen. Maar zeker ook voorvechtster voor een gelijke verdeling tussen man en vrouw van de taken zowel in werk als in het huishouden en de verzorging van de kinderen. Niet heel erg verwonderlijk dat Vera een eind maakte aan het huwelijk. Na een serie discussies, verwensingen over en weer en dramatische reflecties in mijn dagboek werd besloten dat Vera de kinderen zou houden en dus het huis. Ik had eindelijk weer een vaste – en meer dan full-time – baan en liet me overtuigen dat ik om die reden niet voor de kinderen kon zorgen. Ik kon in het weekend bij ze komen in hun huis. Vera zou dan bij haar nieuwe vriend blijven. Dus ging ik het huis uit. Ik kon zo lang op een kamer wonen bij Frans, de algemeen coördinator van de Metro, die ik nog kende van mijn studietijd. Het was het tweede huwelijk dat binnen 5 jaar op de klippen liep en de tweede keer dat ik gedwongen afscheid van mijn kinderen moest nemen. In tijden van donkere gedachten vroeg ik me af of er een voor mij onzichtbare tekst op mijn kont stond getatoeëerd: “Spermadonor. Niet meer te gebruiken 5 jaar na activering.”

Ik kwam op een goed moment bij de Metro. Die zat nog in de kelder van een voormalig kerkgebouw met aangebouwd groot kantoorpand in het centrum van Eindhoven, pal achter het Stratumseind. De Metro had nu het hele complex in gebruik gekregen en ging het gebruiken als stedelijk centrum voor jongeren onder de nieuwe naam Dynamo. Oorspronkelijk was het centrum voor randgroepjongeren maar dat idee was het eerste dat sneuvelde in mijn ambities. Een stedelijk centrum voor jongeren; zonder stempeltje. Jongeren konden zelf wel bepalen of ze zich aangesproken voelden door de programmering.

Ik had het wel even gehad met een relatie. Ik wilde niet nog een keer in een relatie stappen, kinderen krijgen en die dan vervolgens weer kwijt raken. Mijn woonsituatie nodigde ook niet uit tot uitbundig privé geluk. Een klein kamertje met een bed bij Frans, de algemeen coördinator. Er bleef mij weinig anders over dan me volledig te storten op mijn werk. En dat was niet zo moeilijk bij Dynamo. Ik was programmacoördinator dus zorgde ik dat er 7 dagen in de week van ’s morgens 10 tot ’s nachts 2 uur programma was. Ik leefde in Dynamo en leefde voor Dynamo. Met werkweken van veelal meer dan 80 uur. Wat niet zo moeilijk was met een 7 daagse programmering. Een sportzaal, een videoscoopzaal, concerten van beginnende bands, hard rock, reggae, super sessies van bekende muzikanten aangevuld met de huisband, manifestaties, rock & roll café, nachtclub, een turks en een marokkaans café, een algemeen café, bandrepetities, cursussen en nog wat ander gedoe. En bij Dynamo kreeg ik een vriendin: Clementine, die bij mij introk in een studentenhuis in de prins Hendrikstraat. In 1984 verhuisden we met z’n tweeën naar een huurhuis in de st. Severusstraat. En zo had ik toch weer een relatie, hoewel ik dat bleef ontkennen. We hadden hooguit een zakelijke relatie. En we waren vrienden.

Eindhoven werd in de weekenden regelmatig bezocht door groepen hooligans van Utrecht, Ajax of Feyenoord. De avond voor een wedstrijd tegen PSV kwamen ze naar Eindhoven en zorgden voor onrust op het landelijk bekende Stratumseind. Misschien kon Dynamo voor een activiteit zorgen waardoor ze niet naar dat Stratumseind zouden gaan, werd binnen de gemeente gedacht. Dat idee viel samen met het besluit van Dynamo om mijn aanstelling te beëindigen. Dynamo had een grote groep Marokkaanse jongeren binnen. Om te voorkomen dat die onder invloed zouden komen van de door koning Hassan van Marokko aangestuurde fascistische Amicales had het linkse Komitee Marokkaanse Arbeiders Nederland, het KMAN, een adviserende rol waar het ging om activiteiten. Niet gestoord door kennis van de Marokkaanse gemeenschap had de gemeente bedacht dat de aanwezigheid van Marokkaanse jongeren in Dynamo een mooie kans was om het probleem met een kleine groep criminele Marokkaanse jongeren in de binnenstad aan te pakken. De gemeente stelde jaarlijks flink wat extra subsidie beschikbaar als Dynamo zich voornamelijk zou gaan richten op deze relatief kleine groep Marokkaanse jongens. En dat was tegen mijn filosofie die ervan uitging dat Dynamo er voor alle jongeren moest zijn en zeker niet het exclusieve domein moest worden voor de onder invloed van de Amicales staande groep etterbakken. Ik verzette me heftig. In mijn frustratie kwam ik zelfs met het voorstel om die extra subsidie elk jaar op 1 januari te verdelen onder de 49 Marokkanen onder voorwaarde dat ze naar Marokko zouden gaan en pas de volgende 1 januari weer terug zouden komen. Exit Illya dus. De verlokking van die extra subsidie was voor het coördinatieteam doorslaggevend.

Ik besloot me op het hooligan probleem te storten en uit te gaan zoeken wat de onderliggende reden is dat hooligans zich misdragen. Een methode vinden om uitwassen te verminderen. Het werken met hooligans deed ik aanvankelijk samen met Judith, een vrijwiligster bij Dynamo. Judith was bevriend met de vriendin van Frans, de leider van de Rocking Rebels. Die vriendin wilde weg bij Frans en trok in bij Judith. Tot woede van Frans, die stijf van de drugs met een dubbelloops jachtgeweer bij Judith binnenstormde en Judith van dichtbij door haar hoofd schoot. Frans werd na een belegering op de snelweg gearresteerd. De crematie van Judith was indrukwekkend. Ik besloot op dat moment dat ik het werk met de hooligans tot een succes zou maken. Niet veel later werd een barkeeper in Dynamo zijn keel doorgesneden door één van de Rebels die niet wilde afrekenen en werd een andere vrijwilliger thuis doodgeschoten. Ik was blij dat ik weg was bij Dynamo.

Artikel Rocking Rebels

Met subsidie van de gemeente Eindhoven ging ik een jaar lang mee met de Bunnik side van FC Utrecht en de F-side van Ajax en schreef in 1985 het rapport Voetbalvandalisme en Supportersbeleid. Iets nieuws want tot dat moment was altijd sprake van “aanpak voetbalvandalisme” en niet van beleid gericht op supporters. Een eerste experiment met deze nieuwe benadering was de organisatie van een voetbaltoernooi tussen hooligan-aartsvijanden Utrecht’s Bunnikside en Ajax’s F-side. Dat zorgde voor zoveel publiciteit dat ik werd gevraagd door het Landelijk Overleg Voetbalvandalisme LOV.