Hoofdstuk 2.3

Vrijwel ongemerkt vond er begin 70er jaren een omwenteling plaats. De nieuwe generatie opstandige jongeren vond tot dat moment zijn voedingsbodem in Europa. De muziek uit Engeland. De sterk gepolitiseerde protestbeweging in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Italië. Met de bijna revolutie in Frankrijk in 1968 en extreme groepen zoals de Rote Armee Fraktion in Duitsland, de Rode Brigades in Italië en de Rode Jeugd in Nederland. Alles en iedereen leek gericht op het radicaal verbeteren van de wereld. Vanuit Amerika was eind 60er jaren een Amerikaanse versie van de jongerenbeweging de wereld in geslingerd: de Hippie beweging. Met iconische namen als San Francisco en Woodstock. Bloemetjes in het haar, communes ver van de bewoonde wereld, love en piece. Maar vooral sterk individualistisch. Volledig naar binnen gekeerde wereldbeschouwing. Trippend en zichzelf suf blowend fladderden de hippies door de wereld. De onschuldig lijkende leus was: “verbeter de wereld en begin bij jezelf”. Een weldoordachte slogan die een eind moest maken aan de gepolitiseerde wereldverbeteraars uit Europa. Want die radicale politisering had een sterke anti-Amerika stemming op gang gebracht. Steun aan Viet Nam en aan Ho Chi Min. Steun aan Cuba, Che Guevara en Fidel Castro. Steun ook aan China en Mao. En daartussendoor een opkomende communistische beweging gericht op alle bevrijdingsbewegingen en strijd tegen de apartheid.

Amerikaanse machthebbers gruwden van deze steeds sterker wordende linkse beweging. Voor Amerikaanse jongeren was het alleen wat ongemakkelijk dat Engelse popgroepen populairder waren dan de Amerikaanse groepen die nog waren blijven steken in het post-Elvis tijdperk. Geen wonder dat ze een typisch Amerikaanse beweging als de Hippie beweging omarmden. De daarbij behorende popgroepen werden door de Amerikaanse radiostations stukgedraaid en verschenen bovenaan in de wereldwijd toch nog toonaangevende music charts. De hippiebeweging moest vooral in Europa het tegenwicht bieden tegen de grote groepen links-politieke en anti-Amerikaanse jongeren. De jongeren moesten terug in hun hok. Op zoek naar zichzelf zoals dat hoort bij pubers. Mediteren en zweverige leiders volgen. Terug vooral naar the American Dream van individualisme en de droom dat je als individu alles kan bereiken. Verbeter de wereld en begin bij jezelf; vooral niet bij de wereld. De leus werd in de meer gepolitiseerde groepen in Nederland al snel omgekeerd: “verbeter jezelf en begin bij de wereld”. Maar de hippiebeweging had zijn weg al gevreten binnen Europa en toen ook Engelse idolen als de Beatles in Hippiegewaden en met bloemen voor de Maharishi in India stonden wist ik dat links langzaamaan de modder in zou worden gedrukt en het wachten was totdat ook Europa volledig zou veramerikaniseren.

Linda werd in het eerste jaar dat ik op de academie zat ongepland zwanger. Haar ouders waren er stellig in: trouwen. En dus gingen we samen wonen op de eerste verdieping van het huis van mijn ouders en een paar maanden voor de bevalling trouwden we in het foeilelijke stadhuis van Eindhoven. Linda in hotpants en ik in een zwart fluwelen pak dat ik daarna nooit meer gedragen heb. In de zomer van 1971 was het zover. De bevalling zou thuis zijn, op onze verdieping in het huis van mijn ouders. De weeën waren begonnen, maar de vroedvrouw kon nog niet komen omdat ze bezig was met een andere bevalling. “Probeer de weeën maar op te vangen” was het vage advies. Op het moment dat Linda echt niet meer wist hoe ze de baby nog langer binnen moest houden kwam de vroedvrouw. “Begin maar meteen met persen.” Vrij snel was de baby er, een meisje. We hadden van tevoren bedacht dat ze Aimé zou heten. Maar ze wilde niet huilen. En langzaam werd ze paars. Ik had geen idee hoe een bevalling diende te verlopen en vertrouwde op de deskundigheid van de vroedvrouw. Die bleef een tijdlang als verstijfd staan kijken en begon vervolgens lusteloos op de rug van Aimé te kloppen. Maar Aimé ademde niet meer en ging dat ook niet meer doen. Na een paar minuten kwam mijn moeder de kamer in. “Wat is er met de baby?” De vroedvrouw keek haar een tijd hulpeloos aan zonder iets te zeggen. Mijn moeder rende naar beneden en belde de ziekenauto. Toen die kwamen konden ze niet meer doen dan constateren dat Aimé dood was. Ze namen haar mee en ik ging ook mee naar het ziekenhuis. Daar werden vragen gesteld die nauwelijks tot me doordrongen. Of we een begrafenisverzekering hadden of dat ik wilde dat ze de baby in het ziekenhuis zouden houden. Ik weet niet meer wat ik geantwoord heb. De baby werd weggedragen en achteraf begreep ik dat ze een begrafenis of crematie van het ziekenhuis had gekregen. Ze was behandeld als een anonieme vroeggeboorte. Koud en klinisch. Linda en ik werden daar niet meer bij betrokken. Afscheid nemen kon dus niet meer. De volgende dag kwam dokter van der Hoeven langs voor Linda. “Dit is een hele schok. De beste manier om daar over heen te komen is zo snel mogelijk weer zwanger worden” was zijn advies. Linda en ik gingen de maanden daarna volledig in de ontkenning van wat er gebeurd was. We spraken er nooit meer over en leefden of er niets was gebeurd. De vroedvrouw werd na nog enkele slecht verlopen bevallingen uit haar beroep gezet. Linda ging bij Philips werken en samen met de studiebeurs die ik van Philips kreeg konden we leven. Niet ruim, maar dat was normaal voor een student.

Ik kreeg bij Henk en Yvonne nog steeds de ontwikkelingen in de Rode Jeugd mee. In september 1971 brandde hotel het Silveren Seepaerd in Eindhoven af waarbij 2 mensen omkwamen waaronder een speler van voetbalclub Chemie Halle die de volgende dag voor de Europacup III tegen PSV zouden spelen. De Rode Jeugd werd beschuldigd de brand aangestoken te hebben. Deze beschuldiging werd later schoorvoetend teruggetrokken maar het gerucht bleef hangen.

brand silveren seepaerd  slachtoffer Chemie Halle

brand silveren seepaerd

De Rode Jeugd propageerde ondertussen de gewelddadige stadsrevolutie. Niet dat de bommen veel voorstelden. De politieauto’s werden opgeblazen door een met benzine en olie doordrenkt lapje in de benzinetank te hangen en aan te steken. Er zaten nog geen sloten op de doppen van de benzinetanks. De bom bij het Evoluon was primitief gemaakt van spullen die je bij elke drogist kon kopen: kaliumchloraat, salpeter en suiker. Hij richtte dan ook nauwelijks schade aan. Maar de jacht op de Rode Jeugd begon nu echt. De BVD ging zich ermee bemoeien. Eerst werd in de vermeende auto van een Rode Jeugdlid een pistool gelegd dat prompt door de politie werd gevonden.  Het bleek echter de verkeerde auto geweest te zijn; die van de buurman. Dus een veroordeling ging niet door. De BVD deed een nieuwe poging door één van de leden te benaderen met de vraag of hij een pistool wilde kopen van Rode Jeugd kopstuk Evert. De BVD was ervan overtuigd dat de Rode Jeugd in het bezit was van wapens. De bedoeling was dat het pistool  – met de vingerafdrukken van Evert – door de politie “gevonden” zou worden. Het geval werd binnen de Rode Jeugd besproken en afgesproken werd dat het betreffende lid op het aanbod in zou gaan. Gewapend met fotocamera ging hij naar de stationsrestauratie waar hij de man van de BVD, J. de Roo, “de man met de kikkerogen”, ontmoette. De overdracht van het inhoudsloze pakje waarin het pistool zou zitten werd in het geheim op de foto gezet en het hele verhaal + foto’s werd uitgebracht in een boekje.

De BVD en de Rode Jeugd

Geheel los van de Rode Jeugd opereerde een Eindhovens duo, Freek en Peer, vanuit een kraakpand in de wapen-, drugs- en vrouwenhandel. Ik zag ze wel eens in het gekraakte fabriekspand dat omgedoopt was tot popcentrum Para+, later de Effenaar. Ook Lucien kwam regelmatig bij Para+ en sprak Freek en Peer wel eens. Een vriend van Leon ging er vaker mee om omdat het duo regelmatig drugsfeesten organiseerde. Freek en Peer pleegden een spectaculaire overval op de legerbasis Oirschot waar een grote hoeveelheid Uzi’s werd buitgemaakt. De Rode Jeugd probeerde hiervan te profiteren door geld van de BVD los te peuteren voor de informatie over de overval op het munitiedepot in Oirschot. Via een dubbelspion zou deze informatie verkocht worden. De BVD hapte niet, waarschijnlijk kopschuw geworden door het door de Rode Jeugd misbruikte geval met het pistool. Nog geen week later kwam Leon ’s avonds bij mij met een in een krant gewikkeld langwerpig pakket. Het was een Uzi en Leon was door zijn vriend gevraagd om die kwijt te raken. Of het ding bij mij in de schuur kon liggen. Ik bedacht me niet lang en fietste samen met Leon naar de brug over het Eindhovens kanaal waar de Uzi in het water gegooid werd. De volgende dag stond in de krant dat een benzinestation was overvallen en de eigenaar was doodgeschoten met een Uzi. Het leek me geen goed idee om de politie melding te maken van de gedumpte Uzi. Niet alleen werd ik al verdacht lid te zijn van een terroristische organisatie, maar Freek en Peer tegen krijgen kon je dood betekenen.

Lucien werd gevolgd door de BVD. Toen in 1972 de auto van commissaris Odekerken werd opgeblazen en het huis van burgemeester Witte door een bom werd beschadigd werd Lucien gearresteerd omdat bij huiszoeking bij zijn ouders bommateriaal was gevonden. Ook ik werd gevolgd. Als ik ’s avonds over straat liep werd ik regelmatig aangehouden met de mededeling dat er een inbraak of vechtpartij was gemeld en ik voldeed aan het signalement. Ik moest dan nauwkeurig beschrijven waar ik die avond geweest was en wat ik gedaan had.

bom-auto-hc
auto commissaris Odekerken

Eind 1972 verhuisden Linda en ik naar een eigen huis aan de Morgenroodstraat 11. Daar werd begin 1973 ook dochter Marjolijn geboren. Met hulp van dokter van der Hoeven, want een vroedvrouw wilden we nooit meer. We hadden een buurman, John, die violist was bij het Brabants orkest. John maakte tochten naar Spanje, waar hij antiek opkocht en in Nederland weer verkocht. John en ik konden het goed met elkaar vinden en er werden regelmatig de nodige flessen Spaanse wijn geopend en leeggedronken.

Lucien werd in oktober 1973 tot 3 jaar veroordeeld met aftrek van voorarrest. Hij werd overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen. Daar vond op 26 september 1974 een gijzeling plaats van het zangkoor door 2 Nederlandse gedetineerden een Algerijnse bankrover en de Palestijnse terrorist Nuri. Lucien trad op als bemiddelaar tussen politie en gijzelnemers. Drie dagen later, op het moment dat de gijzelnemers sliepen, stormden mariniers de kerkzaal binnen en overrompelden de met pistolen gewapende gijzelnemers zonder dat die konden reageren. Op 8 november werd Lucien vrijgelaten. Beweerd werd als dank voor zijn hulp. Zijn advocaat zei dat de dag ervoor gunstig was beslist op een verzoek tot gratie. Een kleine groep van 15 Rode Jeugd leden reisde later af naar Zuid-Jemen om daar in een kamp van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina gevechtstraining te volgen. De groep ontmoette daar enkele Duitse leden van de RAF, die de Nederlanders als onkundige en onwetende beginnelingen behandelden, ongeschikt voor de gewapende strijd.

gijzeling scheveningen

In 1974 studeerde ik af. Onze studiegroep had een gezamenlijk boekwerk geproduceerd met als titel “Marxistisch wetenschapsbegrip toegepast op het huidige klassebewustzijn”. In mijn studiegroep zat ook Fred en die huurde samen met zijn vriendin bij ons de eerste verdieping. Fred en ik vonden allebei werk in de pershal van DAF vrachtwagenfabriek. In 3 ploegendienst. Ik werd aan de grote Müller gezet, een grote pers waar de zwaardere delen van de vrachtwagen geperst werden. Met 4 man stond je aan de grote Müller, twee aan de ene kant en twee aan de andere kant. De eerste twee legden de stalen plaat op de persplaat, waarbij je met je armen en een deel van je bovenlichaam onder de pers stond. De werkers aan de andere kant haalden de geperste plaat er daarna weer uit. Om te zorgen dat je niet per ongeluk platgeperst werd, stonden er vier palen met een rode knop, aan beide zijden twee. Alle 4 de werkers moesten tegelijk hun knop indrukken om de pers in werking te zetten.  Dat iedereen telkens terug moest lopen naar z’n knop kostte wat extra tijd. De chef had daarom die veiligheid uitgezet. “Let goed op voordat je de knop indrukt want de veiligheid is eraf!” Je kan niet zeggen dat ze niet gewaarschuwd waren. Maar de Turk die in een andere ploeg ook aan de grote Müller stond had teveel watten in zijn oren of zijn Nederlands was nog niet zo goed. Hij verlegde de stalen plaat op het moment dat zijn collega de knop indrukte. We konden ons voorstellen in wat voor model zijn hand geperst was.  Hij mocht naar huis en we hebben hem niet meer terug gezien. Veiligheid was een thema bij DAF. Het geluid in de hal, maar zeker bij de gereedschapslijpmachines, was letterlijk oorverdovend. Er hingen daarom apparaten waar je een plukje watten uit kon trekken om in je oren te stoppen tegen de herrie. Arbeiders die langer bij de DAF werkten kregen last van hun gehoor. DAF oren. Maar dan schreeuwde je gewoon wat harder. De stalen platen werden roestvrij gemaakt in een groot dompelbad in een afgesloten hal. Van die dompelbaden kwamen giftige dampen af. Andere arbeiders moesten mondkapjes op als ze die hal in moesten.  Niet alle arbeiders bij de dompelbaden hadden die kapjes op. Ik vroeg aan de chef waarom zij niet? “Dat zijn Belgen” was zijn antwoord. Ik keek hem vragend aan. “Die professor heeft weer wat te mauwen” zag je hem denken. “Ze krijgen extra gevarengeld als ze daar werken en zonder mondkapje, daar kiezen ze zelf voor”  volgde zijn aanvullende verklaring. Geen vakantie dat jaar want de WK werd gespeeld en die keken we bij Fred en Petra. Nederland werd bijna wereldkampioen maar in de finale tegen de Duitsers haalden ze het net niet. Onderuit gehaald door Gerd Müller die in de 43e minuut 1-2 maakte voor de Duitsers. De grote Müller.

Muller  gerd muller

Door naar 2.4