Hoofdstuk 5.0 Werner

München, 6 april 1924.

     

Werner Heisenberg      De ouders van Werner

”Er is niemand waar ik zoveel van hou”, verzuchtte Annie Heisenberg met een gelukzalige glimlach terwijl ze haar 22 jaar oude zoon in een stevige houdgreep hield. Ze boog voorover terwijl ze de zittende Werner omhelsde en kuste hem op zijn hoofd. “Laat me nou piano spelen”, mopperde Werner lachend. Hij had traditioneel maar goed gegeten; stoofschotel van wild in een rode wijnsaus, kastanjepuree, spruitjes en stoofperen. Zijn moeder kon heerlijk koken en hij realiseerde zich tegelijkertijd dat zijn voorkeur voor de kookkunst van moeder ook te maken had met de liefde en de warmte die verbonden waren aan thuis. Werner was nu oud genoeg om terug te kijken op een geweldige jeugd. Zijn vader was professor in de Griekse talen aan de universiteit van München en zijn moeder was geobsedeerd door Griekse tragedie. Cultuur, muziek, wetenschap, natuur, waren een paar van de ingrediënten die hem een brede en onbezorgde kijk op de wereld hadden gegeven, waarvan het gezin Heisenberg de spil vormde. Hij besefte dat hij dit ontzettend zou gaan missen als hij naar Kopenhagen vertrok. Maar hij was gevraagd om onder de beroemde natuurkundige Niels Bohr aan het instituut voor theoretische natuurkunde in Kopenhagen te komen werken. Hij had Niels Bohr al in 1922 ontmoet en deze was zeer onder de indruk geweest van de kennis en intelligentie van de jonge Werner. Hoezeer hij ook gehecht was aan het leven hier, aan de universiteit van Göttingen, aan zijn collega’s – met name zijn vriend en natuurkundige Pascual Jordan – en natuurlijk thuis, zijn vader en vooral zijn moeder; de sensatie te mogen werken onder Niels Bohr was overweldigend. Door zijn pianospel sloot hij een stuk van zijn leven af; en zijn moeder voelde dit haarfijn aan. Ze zou haar zoon een beetje verliezen en trots en pijn vulden haar gedachten en lichaam.

Twee maanden later leek het volop zomer in Kopenhagen. De stad lag te schitteren in de junizon en hoewel het redelijk druk op straat was heerste er een onmiskenbare rust. Het geluid van de vele vogels kwam gemakkelijk uit boven het geratel van een kar met paard en het geronk van voorbijglijdende auto’s. Maar Werner gunde zichzelf nauwelijks de tijd om van de zon te genieten of de stad te verkennen. Meteen na zijn komst in Kopenhagen zocht hij Niels Bohr thuis op. Bohr woonde niet onaardig tegenover het Orstedsparken aan de Ahlefeldtsgade waar hij twee etages bezat van een statig huis. Bohr stelde Werner voor aan zijn vrouw Margrethe die even later thee serveerde op het balkon.

Het was aangenaam warm op het zonovergoten balkon dat uitkeek op het stadspark aan de overkant van de straat. “Het is kleiner dan mijn ouderlijk huis aan de Bredgade, maar het is hier fijn wonen en zeker beter wonen dan in Manchester. Hier zit ik dichter bij de universiteit en Margrethe vind het hier prettig tegenover het park”, begon Bohr het gesprek.

De sympathieke Bohr wilde weten hoe het in Göttingen was en informeerde naar Werners familie maar kwam daarna snel ter zake: “Ik heb alvast een etage voor je gehuurd vlakbij Christianshavn, aan de Wildersgade 55. Een rustige straat. Het is even lopen naar de universiteit, je moet even de brug over en dan is het niet ver meer. Dus we kunnen ’s ochtends vroeg beginnen en dat is ook nodig, want ik wil met jou de aannames van de kwantum mechanica formaliseren. Einstein stelt vragen bij de kwantum mechanica. Hij beweert dat die niet te rijmen valt met zijn algemene relativiteitstheorie en dat met de kwantum mechanica meer onzekerheid dan duidelijkheid ontstaat.”

Werner Heisenberg en Niels Bohr in Kopenhagen

Werner wist dat Bohr hem gevraagd had om mee te helpen de kwantummechanica theoriën verder uit te werken,maar dat dit gebeurde in relatie tot de theorieën van Einstein obsedeerde Werner en hij kon niet wachten om samen met Bohr aan de slag te gaan.

In de maanden daarna werd er door de twee mannen uren, dagen en nachten achtereen gepraat en gerekend. En een jaar later al hadden Bohr en Heisenberg de theorie van de kwantum mechanica vervolmaakt daarbij geholpen door een theorie die Werners vriend Pascual Jordan had opgesteld. Werner had met Pascual Jordan samengewerkt in de periode dat hij onder Max Born aan de universiteit van Göttingen studeerde, van 1922 tot 1924. Werner’s bedroefdheid dat hij Pascual niet meer zou zien als hij van Göttingen naar Kopenhagen vertrok om samen te werken met Niels Bohr, was ongegrond gebleken. Hij en Pascual hielden aanvankelijk intensief briefcontact, maar al snel kwam ook Pascual regelmatig naar Kopenhagen en participeerde bij het vervolmaken van de kwantummechanica theorie.

Het was november 1925 en Pascual was in Kopenhagen om de publicatie van de door Niels Bohr, Werner en hem ontwikkelde kwantumveldentheorie bij te wonen. Maar natuurlijk ook om mee te delen in de roem die hen nu ten deel viel. Het was licht gaan sneeuwen; het leek of de winter dit jaar vroeger begon. Thuis bij Niels Bohr rook het naar gestoofd rundvlees en de combinatie met de geur van brandende kaarsen op de rijk gedekte tafel zorgde voor een aangenaam winterse sfeer. Het was geen traditioneel joodse maaltijd, hoewel ongetwijfeld wel koosjer. Werner ging in op de regel dat joden geen varkensvlees eten. Levendig schetste hij het geluk van het jagen in de Beierse Alpen en de sensatie van het eenvoudige maar rijke leven in de bergen na het braden en eten van het zelf geschoten zwijn in de jachthut. Niels Bohr kon zich er alles bij voorstellen, maar zei toch geen behoefte te hebben aan varkensvlees, hoewel dat niet direct lag aan een streng religieuze levenswijze. Zijn maag kon na een leven zonder varkensvlees dat soort vlees en vetten gewoon niet meer verdragen. Margrethe had een eenvoudige maar bijzonder smakelijke maaltijd bereid en de uitstekende rode wijn die bij de rundvleesschotel geserveerd werd leidde de discussie richting Duistland. Pascual was lovend over de culturele bloei, het vernieuwende theater van Fritz Lang en de vele prachtige films die in Duitsland gemaakt werden. Bohr bedierf de sfeer een beetje door zijn zorgen te uiten over de ongebreidelde zorgenloosheid die vooral de elite in Berlijn uitstraalde. Volgens Bohr was de intense onvrede uit de tijd van de Radenrepubliek van Karl Liebknecht die ook tot uiting kwam in de putchpoging van Hitler in München, slechts ogenschijnlijk onder het oppervlak verdwenen. Een kruitvat met een smeulend lont volgens Bohr. De ruk naar rechts nu Hindenburg aan de macht was, gaf slechts in schijn rust. Stilte voor de storm, volgens Bohr. Snel leidde Werner de discussie naar Einstein die zich regelmatig gemengd had in de discussie over de kwantum mechanica. De twijfels die Einstein had geuit over de mogelijkheid om de kwantum mechanica te verbinden aan zijn relativiteitstheorie hadden Werner enerzijds wat geïrriteerd maar anderzijds geprikkeld om de samenhang van beide theorieën aan te tonen. De drie wetenschappers filosofeerden onder het genot van een paar stevige glazen akvavit tot diep in de nacht over de implicaties van hun theorie.

Waarschijnlijk mede door de bemoeienis van  Einstein maakte de theorie, toen hij gepubliceerd werd, Werner wereldberoemd als wetenschapper. Hij werd teruggevraagd voor de functie van professor in de theoretische natuurkunde aan de universiteit van Leipzig en in oktober 1927 keerde Werner terug naar Duitsland. Pascual werd in 1929 benoemd tot professor in Rostock, maar bleef Werner bezoeken als hij daar de mogelijkheid toe had. Tussen Pascual en Werner was het een meer dan collegiale  band; het was echte vriendschap, zelfs toen Pascual in 1933 lid werd van de SA. En het typisch mannenbondgenootschap bleef ook toen Werner op 29 april 1937, trouwde met zijn grote liefde Elisabeth Schumacher.

Berlijn, 26 september 1937. Ahnenerbe.

Heinrich Himmler

Otto Rahn

Vijf maanden  na zijn huwelijk met Elizabeth zat Werner op een ongemakkelijke rechte stoel tegenover het hoofd van Hitlers SS: Heinrich Himmler. Himmler had Werner zeer formeel via een brief uitgenodigd voor een gesprek in Berlijn en Werner die de macht van Himmler maar al te goed kende, was onmiddellijk speciaal voor dit onderhoud uit Leipzig naar Berlijn gekomen. Werner kende Heinrich oppervlakkig van vroeger omdat hun moeders bevriend met elkaar geweest waren. Maar geen woord van Heinrich over hun moeders. Himmler kwam meteen ter zake:  “Eigenlijk heb ik maar een kort verzoek aan je. Ik heb Otto Rahn de opdracht gegeven onderzoek te doen naar de fysieke en mystieke wortels van de verschillende menselijke soorten. Ik vermoed dat met dit onderzoek niet alleen meer duidelijkheid komt over de oorsprong van het Germaanse ras, maar dat ook een hoop verloren gewaande kennis verzameld wordt die wetenschappelijk geanalyseerd kan worden. En voor die wetenschappelijke analyses wil ik jou vragen. Uiteindelijk ben jij één van onze topwetenschappers. Ik ga ervan uit dat je ja zegt tegen deze eervolle opdracht?”

Heisenberg zou normaal gesproken nooit met een charlatan als Otto kunnen werken. Globaal wist Werner wie Otto Rahn was:  schrijver en bezeten van de mythe van de heilige Graal. En openlijk homoseksueel. Otto leefde als in het frivole leven van Berlijn in de jaren voor Hitler. Hij had blijkbaar niet in de gaten dat het nieuwe Duitsland homoseksualiteit hard afstrafte. Voor Otto kwam daar nog bij dat hij een Joodse moeder had. Waarom zou juist Himmler een man als Otto in vertrouwen nemen? Hem een voor Himmler uiterst belangrijke opdracht geven? En waarom werd juist Werner gevraagd om Otto hierbij te helpen? Himmlers SS had begin juli grote druk op Werner uitgeoefend met een artikel in de krant van de SS waarin Heisenberg werd beschuldigd een “Witte Jood” te zijn omdat hij samenwerkte met Joden als Bohr en Einstein en hun verderfelijke theorieën zou verdedigen. En nu werd hij door Himmler zelf gevraagd aan het werk van Otto een wetenschappelijk tintje te geven.

Werner kende de achtergronden van Himmlers ‘vraag’ aan hem alleen globaal: Himmler was oprichter van de Forschungsgemeinschaft Deutsches Ahnenerbe e.V, een semiwetenschappelijk occult gezelschap dat de Arische wortels en historie van het Duitse/Noorse volk wilde benadrukken en opnieuw leven in blazen. Dit ging gepaard met een mengelmoes van allerlei mystiek en occultisme om het geheel meer op een nieuwe godsdienst te laten lijken maar met bekende elementen. Teneinde zoveel mogelijk mythologie te lenen en toe te voegen aan het pseudo-historische erfgoed, organiseerde Himmler over de hele wereld archeologische en antropologische studies en opgravingen, waarbij er ook gezocht moest worden naar allerlei artefacten die speciale krachten zouden bezitten. Volgens Himmler kon met deze ‘verloren’ heilige krachten en kennis de oorlog gewonnen worden; en dat aangetoond zou worden dat het Germaanse ras superieur was, was een gunstige en belangrijke bijkomstigheid. Twee vliegen in één klap dus en Otto was in zijn ogen de aangewezen persoon om de wereld rond te reizen en deze droom te verheffen tot werkelijkheid. Heisenberg zou de resultaten van de vele veldonderzoeken van Otto Rahn het benodigde wetenschappelijk cachet geven. Werner Heisenberg beneed Otto niet met zijn onmogelijke opgave. Werner had zich nooit verdiept in de Germaanse mytholgie. Hij wist wel dat Himmlers theorieën tenenkrommend onwetenschappelijk waren en resultaten waren vooraf gestuurd. Maar geïntimideerd door de macht van de SS zei Werner met grote tegenzin toch ja tegen de opdracht om Otto wetenschappelijk te begeleiden; en de sensitieve Himmler moet dit gebrek aan loyaliteit ongetwijfeld gemerkt hebben.

Leipzig, 4 januari 1938

“Wat een ongelooflijke onzin!” Werner Heisenberg had zich al die tijd ingehouden, maar nu hij thuis was moest het eruit. Otto Rahn was naar Leipzig gekomen en had lange tijd met Werner gediscussieerd over de theorieën die hij aan het ontwikkelen was. Otto, onbenullige amateur, zweverige betweter, loopjongen van een gek. Natuurlijk wist Werner heel goed dat Heinrich Himmler duidelijke instructies aan Otto had gegeven over het resultaat dat hij verwachtte. Maar enig zelfrespect kan je dan toch wel hebben. Zelfs als je geen begenadigd wetenschapper bent.  Zo ‘rücksichtlos’ de meest baarlijke nonsens tot wetenschap willen verheffen is zelfs voor een onnozele hals als Otto schrijnend. Werner wist heel goed dat kritiek op Otto kon betekenen dat zijn betrekkelijke veiligheid acuut in gevaar kon komen.

Werner Heisenberg schrijft in januari 1938 in zijn privé aantekeningen: “de wijze waarop resultaten gevonden moesten worden leidde tot een heftige discussie tussen Otto en mij. Otto wilde kost wat kost aan een wetenschappelijke benadering vasthouden, ik neem aan daartoe gedwongen door Himmler. Ik daarentegen probeer duidelijk te maken dat, waar het gaat om de geschiedenis van de mens en de destillatie daaruit van een allesomvattende natuurwet, je het probleem noodgedwongen alleen filosofisch kunt benaderen. Elke wetenschappelijke these die voortkomt uit mijn onderzoek zou waarschijnlijk de eerste tientallen decennia niet geverifieerd kunnen worden en derhalve met gemak worden aangevochten door collega wetenschappers. Het zou het lachertje van de eeuw worden en mogelijk belangwekkende resultaten verdwijnen met de publieke hoon in de prullenbak.

Leipzig, 2 juni 1938

De roem van Heisenberg bracht het nazi regiem in een spagaat. Ze waren trots op een zo belangrijk Duits wetenschapper, maar er was ook grote afkeer van het feit dat de theorie ontwikkeld was samen met joden als Niels Bohr en Albert Einstein. En het grootste deel van zijn vroegere, veelal joodse, collegae moest niets hebben van het nazi-regime onder Hitler en keerde zich ook af van Werner die bleef geloven in de mogelijkheid van een onpartijdige wetenschap, ook onder Hitler. De door en door Duitser Pascual had weinig met dit soort afwegingen. Werner was zijn vriend en zou dit blijven. En hoewel Pascual nu professor was aan de universiteit van Rostock, bleef hij Werner regelmatig vanuit Rostock bezoeken en discussieerde hij vrijuit met Werner over de uitbanning uit hun vak en de vervolging van de Joodse collegae.

Op één van de discussieavonden thuis met zijn vriend Pascual stond Otto Rahn plotseling voor de deur. “Hallo Werner, ik heb hier een stuk van Arnold Gehlen die hier op de Uni in Leipzig les gaf. Het is een razend interessant stuk. Wil jij het eens doorlezen en zeggen wat je ervan vindt? “ Otto kwam niet binnen; voor Werner en voor Otto was duidelijk dat ze nooit vrienden zouden worden. Werner legde het pak papier op tafel: “Of ik een stuk van Arnold wil doorlezen en er commentaar op wil leveren.” “Welke Arnold” wilde Pascual weten. “Arnold Gehlen, filosoof en assistent van de grondlegger van de ‘Leipziger Schule’. Dat in combinatie met het feit dat hij al jaren actief lid van de nationaal socialistische lerarenbond was, zorgt ervoor dat ik een soort natuurlijke argwaan tegen de man koester. Ik krijg er niet zo goed hoogte van” antwoordde Werner. Pascual pakte het stuk van tafel. Na een tijdje erin gebladerd te hebben vroeg hij: “kan ik het meenemen? Dan lees ik het thuis eens beter door. Wel een interessante theorie.” Werner maakte een afwerend gebaar met zijn hand. “Neem alsjeblieft mee, want ik raak het toch kwijt.” “Dank je”‘ antwoordde Pascual.

Arnold Gehlen

Een maand later lag er een pakketje op Werners bureau op de universiteit. Hij maakte het open en zuchtte toen hij de stapel papier zag. Er zat een kort briefje bij: ‘Ik heb uit de notities van Gehlen een min of meer consistent verhaal gedestilleerd, maar ik kan mezelf er niet toe zetten om het aan Otto Rahn terug te sturen. Die zou het stuk toch maar verstikken in een saus van Katharen en Teutonen. Kan jij er wat mee?” Met tegenzin las Werner snel de korte samenvatting. Waarschijnlijk was de interesse van Pascual gevoed door het feit dat hij ook zoölogie had gestudeerd, maar Werner had geen klik met  dit verhaal. Voor zover hij dat kon beoordelen had het niets te maken met exacte wetenschap. Het was een stuk filosofische antropologie met als hoofdthema dat de mens in zijn ontwikkeling zijn instincten heeft verloren. Typisch Gehlen. Werner las niet verder. “Nee”, dacht hij hardop, “daar kan ik niets mee.” en legde de stapel bij zijn eigen losse aantekeningen.

Juli 1938.

In de loop van 1938 werd de druk op Werner steeds groter in een ultieme poging zo alsnog zijn loyaliteit te winnen. De beschuldiging van de SS dat hij een “Witte Jood” was kreeg een grimmig karakter met de dreiging van de SS om hem te interneren in een concentratiekamp. Hij had een angstig vermoeden wat zo’n internering betekende. Vlak daarop, in april, werd Werner in de SS kelder ontboden voor een “gesprek”. Het was een bijzonder beangstigend verhoor geweest: Werner had vier uur lang in een koude kale ruimte op een stoel moeten zitten. Na een uur alleen gezeten te hebben waren er drie mannen tegenover hem komen zitten. Twee van hen hadden om de beurt de meest schandalige beschuldigingen tegen hem geuit, totdat de derde uiteindelijk ijzig kalm een schets gaf van hoe het leven van Werner en dat van zijn vrouw, kinderen en ouders eruit zou zien als hij niet openlijk afstand nam van zijn joodse collega’s en van de verderfelijke joodse theorieën. Hoewel hij bijzonder geïntimideerd raakte en vooral ook heel erg bang was geworden, gaf hij niet echt toe. Hij bleef vaag en uiteindelijk werd hij vrijgelaten met de woorden: “We zien je binnenkort wel weer”. Werner was bang; een angst die hij nog nooit eerder had gevoeld. En intuïtief deed hij wat hem een bevrijdend gevoel van veiligheid gaf: hij stapte op de trein naar zijn moeder Annie. Bij haar vertelde hij, huilend als een kind, wat hem overkomen was. Annie luisterde met toenemende woede naar zijn verhaal. Haar moederinstinct beheerste haar emoties volledig en haar besluit was genomen: ze ging haar zoon verdedigen, koste wat het kost. En ze wist ook hoe. Hoewel ze sinds Himmlers leiderschap van de SS Heinrichs moeder niet meer gesproken had, zou ze haar toch bellen. Het ging nu om haar zoon dus nu kwam de oude vriendschap goed van pas. Ze herinnerde zich een verhaal dat Werner haar verteld had over Heinrich: Otto Rahn was bij Himmler geweest op zijn landhuis in Beieren om verslag uit te brengen van zijn zoektocht naar de Heilige Graal in Montségur in Zuid Frankrijk. Otto had Heinrich verteld over de rituelen van de Tempeliers – de gedachte bezitters van de Graal – bedoeld om mentaal onoverwinnelijk te worden. Zij verketterden Christus en bespuugden het kruis, maar meest significant was dat ze de omgang met een vrouw afzwoeren en hun seksuele behoeften moesten bevredigen met hun mannelijke wapenbroeders. Deze beproeving van homoseksualiteit zou hen wapenen tegen mentale en fysieke beproevingen. Het leek of Himmler in een trans raakte, terwijl hij steeds kleiner wordende rondjes om de stoel van Otto maakte. Otto kon hem niet langer volgen met zijn ogen en stond op uit zijn stoel. Onmiddellijk pakte Himmler hem bij zijn nek, duwde hem tegen het zware mahoniehouten bureau, rukte zijn broek naar beneden en verkrachtte hem van achteren. Het was in een paar seconden gebeurd en Otto had niet de moed en de kracht gehad zich te verzetten. Otto vertelde dat Himmler hem éénmaal krachtig penetreerde terwijl hij stram rechtop stond en hij was er zeker van dat Himmler bij deze penetratie met één arm de nazi-groet bracht. Toen Himmler losliet vluchtte Otto naar de badkamer. Himmler was ijzig rustig geworden en had zichzelf en Otto een borrel ingeschonken alsof er niets gebeurd was. “Otto: een cognacje?” riep Himmler richting badkamerdeur. In geuren en kleuren had Otto dit verhaal aan Werner verteld. Otto was openlijk homoseksueel, maar hij had niet de indruk dat Himmler hem verkracht had uit seksuele drift; eerder zoals Otto het zei “als een dier dat zo zijn dominantie wilde bevestigen”. Twee dagen later had Otto aangekondigd zijn lidmaatschap van de SS op te zullen zeggen.

De druk die er op Werner stond gaf Himmler het idee alle troeven in handen te hebben om te zorgen dat Werner steun zou geven aan Otto. Maar wat Himmler niet had vermoed was hoe furieus een moeder kan reageren als haar kind bedreigd wordt. Werner had het verhaal alleen in grote lijnen aan zijn moeder verteld met weglating van alle details, maar dat was voor Annie genoeg geweest om er zeker van te zijn dat ze Himmler nu klem had. Via Himmlers moeder nam ze contact op met Heinrich, die verrast was dat Werners moeder besloten had om weer eens langs te komen. Annie werd door Himmler zelf in zijn villa binnengelaten. “Goede avond mevrouw Heisenberg. Dat is alweer een tijdje geleden dat ik U mocht ontmoeten. Mijn moeder vertelde dat het contact met U de laatste tijd is aangehaald. Himmler begeleidde Annie naar de zitkamer en schonk een glas rode wijn voor haar in en voor zichzelf cognac. Gevaarlijk vriendelijk begon Annie tegen Himmler: “Beste Heinrich, ik vond het prettig om je moeder weer eens te spreken, al was het door de telefoon. Ik begrijp dat ze verhuisd is naar een huis in het centrum van München. Daar woont ze mooi. Ik zal er binnenkort weer eens langs gaan. Misschien kunnen we dan samen een middagje de stad in. Maar ik kom eigenlijk voor jou. Als vriendin van je moeder wil ik je een goede raad meegeven. Ik kan me jou nog goed herinneren als kleine jongen en je bent wel groter geworden, maar niet zo heel veel veranderd. Je kon vroeger ook wel eens van die onbezonnen dingen doen. Je bent nu een belangrijk man geworden. Dat geeft je een mate van onaantastbaarheid, maar tegelijk maakt het je erg kwetsbaar. Ik hoef je niet te vertellen dat je als hoofd van de SS weinig misstappen kan maken zonder dat daarover gepraat wordt. En voor je het weet wordt er ook slecht over je geoordeeld. Ik vind dat ik het aan je moeder verplicht ben om je te waarschuwen voordat een verhaal dat ik toevallig hoorde verder de wereld in gaat. Ik begreep dat je een nacht privé hebt doorgebracht met Otto Rahn. Het gaat mij niet aan wat er wel of niet gebeurd is, maar binnen de kortste keren kan je de meest vreselijke speculaties krijgen. Stel voor dat ze zelfs zover gaan om te beweren dat je iets had met een homoseksueel – en dan nog één met een joodse moeder. Zoiets zou dodelijk voor je zijn. Nee, niet meteen zo kwaad worden. Mij kan je vertrouwen. Ik zeg het om je te beschermen! Ik weet van de heisa rond Werner hoe hard een beschuldiging doorwerkt op je leven en ik wil voorkomen dat jij de dupe wordt van een paar mogelijke misstappen in je privéleven.“ Himmler was lijkbleek geworden en staarde gedurende meer dan een minuut in het vuur van de open haard. Toen sprong hij op, liep naar het dressoir waar hij de drank bewaarde en schonk zichzelf een dubbele en zeer dure cognac in. “Kan ik U nog een glas wijn inschenken?” vroeg hij. “Ja, lekker.” antwoordde Annie en ze wist dat ze gewonnen had.

Op 21 juli 1938 stuurt Himmler twee brieven: één aan SS-Gruppenführer Reinhard Heydrich en één naar Werner Heisenberg zelf. In de brief aan Heydrich schreef Himmler dat Duitsland het zich niet kon veroorloven om een zo waardevol geleerde als Heisenberg te verliezen of het zwijgen op te leggen. De brief aan Werner was persoonlijk en van een onnatuurlijke zoetsappigheid. Het kwam erop neer dat Himmler Werner ontsloeg van de verplichting om nog langer met Otto samen te werken. Hij moest vooral zijn wetenschappelijke kennis verder ontwikkelen en natuurlijk zou dit gebeuren in het belang van de wetenschap en de glorie van Duitsland. Himmler ging ervan uit dat Annie met deze ontwikkeling kon leven en zijn geheim niet naar buiten zou brengen.

Lees verder